Skip to main content
Over onlogica

Over D.

By 18 september 2020juni 9th, 2022No Comments

Met is inmiddels meer dan een half jaar geleden dat ik een aantal columns schreef over onlogische zaken in de gezondheidszorg. En toen brak de C.-periode aan. Daardoor had ik ineens veel stof voor deze serie, maar heb ik ervoor gekozen om mij op deze plek niet te mengen in de discussies over de zin en onzin van de overheidsmaatregelen. Momenteel schat ik het aantal meningen hierover op ongeveer 17 miljoen. En ongetwijfeld heeft iedereen gelijk. Mij is echter iets anders opgevallen:

 

Wat niet

De maatregelen vertellen ons vooral wat we allemaal NIET meer moeten en mogen doen. En dat, terwijl we in de opvoeding en het onderwijs er nu juist doordrongen van zijn geraakt dat straffen van ongewenst gedrag veel minder goed werkt dan belonen van het gewenste gedrag. Ik had het dan ook logisch gevonden wanneer de overheid erop had gehamerd dat we onze gezondheid zouden moeten versterken door (vooral!) veel naar buiten te gaan, veel te bewegen, gezond te eten en te genieten en profiteren van alle positieve effecten van de lockdown.

 

Wat wel

De overheid had ons bijvoorbeeld ook kunnen stimuleren om dagelijks 25 tot 40 mg vitamine D te slikken om onze weerstand te vergroten en onze stemming te verbeteren. (Andere prettige bijwerking: sterkere spieren en botten) Er is immers veel bewijs voor de positieve effecten van vitamine D op onze collectieve gezondheid, terwijl er (begrijpelijkerwijs) nog weinig bekend is over de effecten van verschillende maatregelen die bedoeld zijn om de verspreiding van C. te voorkomen.

 

D.

Vitamine D zit niet in de voeding. We maken het in onze huid met behulp van ultraviolette B-straling (UV-B) uit zonlicht. De zon geeft het ons als hij hoger staat dan 45 graden. (Dat is wanneer je schaduw kleiner is dan jezelf.) In Nederland is dat eigenlijk alleen in de zomermaanden tussen de middag.

Maar wie is er tegenwoordig nog buiten tussen de middag? Het is geen wonder dat bijna iedereen bij wie ik het vitamine D-gehalte in het bloed bepaal, een tekort aan dit vitamine heeft. En niet alleen hebben mensen die binnen blijven een tekort, ook mensen met een donkere huid en ouderen maken weinig vitamine D aan.

 

Zonlicht

Vroeger werden mensen met tuberculose (waar toen geen behandeling voor was) in sanatoria zoveel mogelijk in de zon verpleegd. Zijn we tegenwoordig het heilzame van zonlicht vergeten?

Huidartsen praten ons angst aan voor het gevaar van huidkanker door zonlicht. Vanuit hun beroepsperspectief is dat begrijpelijk, maar wat mij betreft is het een tunnelvisie. Mensen met infectieziekten, botontkalking en depressie (als gevolg van vermijden van zonlicht) gaan immers niet naar de huidarts!

Er zijn zelfs aanwijzingen dat vermijden van zonlicht even schadelijk is als roken. En de relatie tussen de enige dodelijke vorm van huidkanker (het melanoom) en zonlicht is op zijn minst twijfelachtig. Wel lijkt er een duidelijk verband tussen huidverbranding (vooral op jonge leeftijd) en de twee minder ernstige vormen van huidkanker (basaalcel- en plaveiselcelcarcinoom). Vermijd daarom verbranding. Zonnebaden hoeft niet, buiten zijn volstaat.

 

Haal buiten naar binnen

Het liefst zou ik dan ook zien dat dit C.-tijdperk ons leert dat ons leven zich meer buiten zou moeten afspelen. Gelukkig kunnen we veel voordelen van buiten ook binnen halen: Denk hierbij aan optimale ventilatie in woon- en werkruimte. Pauzes zouden we (lopend) buiten kunnen doorbrengen. En iedereen zou dagelijks 25 tot 40 mg vitamine D moeten slikken. Goedkoop en effectief!